036-2022047
info@rechtsspecialist.nl

Sociale huurwoning op Airbnb: Huis kwijt en hoge boete

Het onderverhuren van zijn sociale huurwoning via Airbnb is een Amsterdammer duur komen te staan. Niet alleen moet hij zijn woning van de rechter binnen twee weken verlaten, ook moet hij € 17.500,- betalen.

Huis Verhuren op AirBNB - Mag dat?

De huurovereenkomst

De man huurde sinds februari 2001 van verhuurder Rappange een woning gelegen aan de Kribbestraat 17 te Amsterdam. In de huurovereenkomst waren onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

"Het is huurder niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk door derden te laten gebruiken, of aan derden in onderhuur af te geven. Tevens mag huurder geen andere personen bij zich doen inwonen dan die rechtstreeks tot zijn gezin behoren."

"Huurder is — zonder voorafgaande toestemming van verhuurder — niet bevoegd het gehuurde geheel of gedeeltelijk in huur, onderhuur of gebruik aan derden af te staan, daaronder begrepen het verhuren van kamers en het verlenen van pension."

Klagende buurman

Een andere bewoner van de Kribbestraat had bij Rappange geklaagd over overlast. Deze overlast zou volgens de andere bewoner worden veroorzaakt door de onderhuurders van zijn buurman. Hierop heeft Rappange 'Van Kappel Security Solutions' ingeschakeld om een onderzoek te verrichten naar de mogelijke onderverhuur van de Kribbestraat 17. Uit dit onderzoek bleek dat de bewoner van de Kribbestraat 17 zijn woning inderdaad onderverhuurde via Airbnb.

Vordering Rappange

Voor de Amsterdamse rechtbank vordert Rappange een verklaring voor recht dat de huurder van de Kribbestraat 17 tekort is geschoten in de huurovereenkomst door zijn woning onder te verhuren. Tevens vordert Rappange de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van de woning en ruim € 100.000,- aan schadevergoeding, kosten voor Van Kappel, administratiekosten, juridische kosten en een contractuele boete.

Oordeel van de rechtbank

De rechter overweegt allereerst dat de huurder zijn contractuele verplichtingen niet na is gekomen door zijn woning, in strijd met het contract, onder te verhuren. Deze tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning, aldus de rechter. Ook de onderzoekskosten van Van Kappel en de gevorderde boete wijst de rechter toe. De overige vorderingen, zoals de schadevergoeding en de administratiekosten wijst de rechter af. Al met al is de huurder zijn woning kwijt en dient hij in totaal een bedrag van ongeveer € 17.500,- te voldoen aan Rappange.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Advocaten en juristen van De Rechtsspecialist helpen u graag!

Wat is een exoneratiebeding?

Een exoneratiebeding (ook wel exoneratieclausule genoemd) is een bepaling op grond waarvan de gebruiker van het exoneratiebeding zijn of haar verplichting tot schadevergoeding uitsluit of beperkt.

Voorbeelden van exoneratiebedingen

Aansprakelijkeheid Eigendommen

Exoneratiebedingen bestaan in allerlei vormen en kunnen in vele verschillende situaties worden gebruikt. In algemene voorwaarden bij overeenkomsten, maar ook in disclaimers op websites. Enkele voorbeelden van exoneratiebedingen zijn:

  • Een bordje bij de garderobe van een uitgaansgelegenheid waarop staat: “De directie stelt zich niet aansprakelijk voor schade of diefstal”;
  • Een advocaat die in de algemene voorwaarden bij zijn overeenkomst van opdracht vermeldt: “De opdrachtnemer is slechts aansprakelijk voor schade, indien de opdrachtgever aantoont dat deze is veroorzaakt door de opzet of grove schuld van de opdrachtnemer, dan wel diens ondergeschikten”;
  • De disclaimer op een website waarin staat: “Wij kunnen niet aansprakelijk worden gehouden voor schade”. Wanneer is een exoneratiebeding geldig? Het is in principe mogelijk om aansprakelijkheid uit te sluiten middels een exoneratiebeding. In de praktijk wordt er echter vaker een beroep gedaan op exoneratieclausules dan wettelijk mogelijk is.

Wanneer is een exoneratiebeding geldig?

Het is in principe mogelijk om aansprakelijkheid ui t te sluiten middels een exoneratiebeding. In de praktijk wordt er echter vaker een beroep gedaan op exoneratieclausules dan wettelijk mogelijk is.

Instemming

Allereerst is het niet mogelijk om iemand aan een eenzijdige mededeling te binden zonder dat diegene daarmee heeft ingestemd. Hieruit vloeit voort dat de partij op wie het exoneratiebeding van toepassing is, akkoord dient te zijn gegaan met het beding. Dit kan expliciet, bijvoorbeeld door het exoneratiebeding in een overeenkomst op te nemen en die te ondertekenen. Iemand kan echter ook impliciet met een exoneratiebeding akkoord gaan. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een dienst waarop een exoneratiebeding van toepassing is.

De inhoud van het exoneratiebeding

Voor wat betreft de inhoud van het exoneratiebeding geldt dat deze niet in strijd mag zijn met de wet, de openbare orde of de goede zeden. Zo mag een exoneratiebeding geen aansprakelijkheid uitsluiten bij opzet of bewuste roekeloosheid. Ook dient de inhoud van een exoneratieclausule niet onredelijk en/of onbillijk te zijn. Of een exoneratiebeding onredelijk en/of onbillijk is, is afhankelijk van het oordeel van de rechter. Bij dit oordeel zijn er verschillende zaken van belang:

  • Staat het exoneratiebeding in de overeenkomst zelf, of in de algemene voorwaarden? Indien het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden staat, dan is het beding sneller onredelijk. De overeenkomst zelf wordt immers uitvoeriger besproken dan de algemene voorwaarden.
  • Wie beroept zich op de onredelijkheid van de algemene voorwaarden? Een ondernemer die vaker te maken heeft met exoneratiebeding, of een particulier die nooit eerder met dergelijke bedingen heeft gewerkt?
  • In hoeverre wordt de aansprakelijkheid door het beding ingeperkt? Hoe meer de aansprakelijkheid wordt ingeperkt, des te groter de kans op onredelijkheid van het beding.
  • Hoe erg is degene die het exoneratiebeding inroept tekort geschoten in de van hem te verwachten zorg? Zo mag je van een advocaat verwachten dat hij geen termijn laat verlopen waardoor zijn cliënt te laat is met het indienen van stukken.

Heeft u vragen over het exoneratiebeding of het opstellen van contracten? De Rechtsspecialist helpt u graag verder.

Nieuwe vennoten wél aansprakelijk voor oude schulden

Op 13 maart 2015 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gewezen met betrekking tot de hoofdelijke aansprakelijkheid van vennoten van vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen. Zij heeft in haar uitspraak geoordeeld dat later toegetreden vennoten ook hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap die zijn ontstaan voordat de betreffende vennoten als vennoot tot de vennootschap toetraden.

Hoe zat het vóór deze uitspraak van de Hoge Raad?

Uitspraak Venootschappen

Op grond van de artikelen 18 en 19 van het Wetboek van Koophandel zijn vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap (vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap). Vóór deze uitspraak van de Hoge Raad waren in de literatuur en de rechtspraak de meningen verdeeld over de vraag of deze artikelen ook inhielden dat later toegetreden vennoten hoofdelijk aansprakelijk waren voor schulden van de vennootschap die waren ontstaan voor hun toetreding. Over het algemeen werd geoordeeld dat vennoten die tot een al bestaan de vof of cv toetraden niet voor oude schulden aansprakelijk waren, tenzij zijzelf bewust aansprakelijkheid hadden aanvaard.

Nieuwe situatie

De Hoge Raad heeft met haar recente uitspraak duidelijkheid gebracht en bepaald dat de strekking van deze wetsartikelen meebrengt dat een nieuw toegetreden vennoot ook hoofdelijk aansprakelijk is voor schulden die voorafgaand aan zijn toetreding zijn ontstaan. De Hoge Raad leest in de artikelen 18 en 19 van het Wetboek van Koophandel namelijk geen beperking die zou meebrengen dat een vennoot alleen aansprakelijk is voor verbintenissen van de vennootschap die zijn ontstaan nadat hij is toegetreden. Hieruit volgt dat de aansprakelijkheid zich uitstrekt tot alle schulden van de vennootschap die ten tijde van de toetreding van de vennoot bestaan, of nadien ontstaan.

Extra verhaalsmogelijkheid

Door deze uitspraak van de Hoge Raad krijgen schuldeisers er in sommige gevallen een verhaalsmogelijkheid bij. Bovendien is de rechtszekerheid met deze uitspraak gediend. Dit omdat een onderzoek naar het ontstaansmoment van verbintenissen van de vennootschap, met het oog op de vraag welke vennoot of vennoten daarvoor kan of kunnen worden aangesproken, achterwege kan blijven, aldus de Hoge Raad.

Toetreden tot een bestaande vennootschap?

Mocht u voornemens zijn om toe te treden tot een reeds bestaande vennootschap, dan is het gezien deze uitspraak zaak om degelijk onderzoek te (laten) doen naar de schuldenpositie van de vennootschap. Indien de vennootschap op het moment van uw toetreden al schulden heeft, dan kunt u daar in een later stadium immers hoofdelijk aansprakelijk voor worden gehouden. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, is het tevens zaak om op het moment van toetreden garanties van de andere vennoten te bedingen en duidelijke af spraken te maken over de draagplicht van reeds bestaande schulden van de vennootschap.

Heeft u vragen over bedrijfsstructuren en aansprakelijkheid? Onze juridische en fiscale specialisten helpen u graag verder.

Meer artikelen...

Tevreden klanten

"Ik heb nooit geweten dat deze service bestond en denk dat veel anderen dat ook niet weten. De service is zonder meer uitstekend te noemen. Geef het door aan anderen, want ook die kunnen er goed baat bij hebben."

J. van Veen, Zwolle.


"Ik werd eigenlijk direct geholpen en binnen 2 weken was mijn probleem opgelost! De persoonlijke aanpak, het betaalbare tarief en de betrouwbare werkwijze maken de rechtsspecialist geschikt voor iedereen die rechtshulp nodig heeft. Bedankt!"

A. van Kersten



Laatste nieuws

Logo Rechtsspecialist - Advocaten en Juristen